28-04-02

Spanje, de democratie van de minderheid

Op 20 november 2011 werd in Spanje een nieuwe regering gekozen. De Partido Popular (PP), met Mariano Rajoy aan het hoofd, won die verkiezingen met 44,63% van de stemmen. Een minderheid dus. Toch heeft de regering van Rajoy een overgrote meerderheid in het parlement gekregen, met 186 van de 350 zetels. Hoe kan dat? vraag je je dan af.

Het heeft te maken met de zg. Methode D´Hondt, genoemd naar diens uitvinder, Victor d'Hondt (1841-1901), dat het aantal zetels niet evenredig bepaalt in verhouding tot het aantal behaalde stemmen, maar een bepaalde wiskundige formule gebruikt waardoor partijen met meer stemmen in verhouding meer zetels krijgen toegewezen. Om een voorbeeld te geven, een andere partij in Spanje, Unión Progreso y Democracia (UPyD), kreeg tijdens dezelfde verkiezingen 4,7% van de stemmen. In rechtstreekse verhouding met het aantal zetels, dat 350 is, zou deze partij recht hebben op zo'n 16-17 zetels. Echter, in de democratische realiteit van Spanje beschikt ze dankzij d'Hondt op dit moment over slechts 5 zetels.

Quotiënten
Dat komt omdat met deze methode na de telling van de stemmen een aantal quotiënten voor elke lijst wordt berekend. De formule voor deze quotiënten is S:G, waarbij S het totale aantal stemmen per lijst is, en G een aantal positieve gehele getallen (1, 2, 3, 4, enz ...), die in volgorde van grootte worden gezet. Als 2 quotiënten hetzelfde zijn krijgt het quotiënt dat het resultaat is van de grootste deler (wat betekent: de partij met de meeste stemmen) de eerste zetel toegewezen. Deze toewijzing gebeurt totdat alle zetels verdeeld zijn. Elke partij krijgt zoveel zetels als ze grootste quotiënten heeft.

Consequenties
Dankzij deze 'ingenieuze' formule krijgen grotere partijen in Spanje dus in verhouding meer zetels dan kleinere partijen. Zo had Izquierda Unida (IU) met 6,92% 11 zetels, wat in verhouding weer veel meer is dan de 5 van UPyD met 4,7% van de stemmen, maar weer veel minder dan de 186 zetels van de PP met 44,63% en -om een andere grotere partij in Spanje te noemen- de 110 zetels van de Partido Socialista Obrero Español (PSOE) met 28,76%. In het algemeen geldt dus: hoe groter de partij, hoe meer stemmen die er van de kleinere partijen bij krijgt.

Deze methode wordt, behalve in Spanje, ondermeer gehanteerd in landen als België, Bulgarije, Finland, Portugal, Spanje, Zwitserland, Suriname en Turkije. Ook in Nederland wordt ze gebruikt. Bij de verdeling van de zetels over Eerste en Tweede Kamer wordt er naar gestreefd deze zoveel mogelijk te laten plaatsvinden in de verhouding 1:2. Het is echter soms mogelijk dat fracties van verschillende politieke partijen overeenkomen van deze verdeling af te wijken, bijvoorbeeld om een verzoek van een kleine fractie tot het innemen van een (plaatsvervangend) lidmaatschap te honoreren.

In Spanje gaan er steeds meer stemmen op om dit systeem te veranderen, omdat wat d'Hondt bedacht heeft misschien een leuk wiskundig spelletje is, maar zeker geen methode lijkt, dat bedacht werd om een ware democratie ook maar te benaderen. Daarentegen bevoordeelt het juist de grootste partijen en ontneemt het de kleine partijen de kans om op de politieke kaart te komen. Kortom: kleine minderheden hebben met deze methode minder stem dan waar ze recht op hebben, grote minderheden kunnen een democratische meerderheid bereiken, waar ze eigenlijk geen recht op hebben.